T: 070-396 01 54 - M: 06-409 12152

De waarheden van God

De waarheden van God

 

Door:  L.H. Oberink, pastor Apostolische kerk Den Haag, dec. 2011

 

Is een geloof in God[1] nog wel verenigbaar met een rationele levenshouding? Heeft de moderne wetenschap God tot een achterhaald concept gemaakt? Deze vragen worden Christenen vaak voor de voeten geworpen. In plaats van in de verdediging te schieten, is het beter om in dat geval in de aanval te gaan. De Christen heeft namelijk naast zijn geloof ook een flink aantal rationele argumenten beschikbaar om zijn Bijbelse overtuigingen te rechtvaardigen tegenover de sceptici. In dit artikel wil ik de lezer laten zien dat een geloof in de God van de Bijbel geen blind geloof betreft, maar een rationeel geloof, dat is gebaseerd op controleerbare feiten. Ik zal in het nu volgende betoog aantonen dat een geloof in de God van de Bijbel zelfs veel rationeler is dan bijvoorbeeld een geloof in atheïsme. Tot slot zullen we vanuit de Bijbel bekijken wat God van ons verlangd, als we eenmaal overtuigd zijn geraakt van Zijn bestaan.

Waarheidsvinding is altijd onderdeel van het Christelijke geloof geweest. De Bijbel moedigt de mens aan om zelfstandig te denken en zaken te onderzoeken. Toen Jezus met de Joodse priesters in de tempel discussieerde, moedigde Hij hen aan om op zoek te gaan naar waarheid:

…en u zult de waarheid kennen,  en de waarheid zal u vrijmaken [Johannes 8:32]

Jezus wil graag dat wij Hem kennen:

Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop … [Openbaringen 3:20)

En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt [Johannes 17:3]

 

Maar wat verlangt God nu precies van ons? Wat is deze waarheid? Elk mens stelt zichzelf wel eens de bekende grote “vragen des levens”. Dat zijn er eigenlijk maar twee. De eerste is: waarom ben ik hier op aarde? Een de tweede is: wat gebeurt er na mijn dood?  Helaas worden mensen in deze tijd ontmoedigd om deze vragen te stellen. Dit soort vragen over geloof zouden onwetenschappelijk en achterhaald zijn. Er is zelfs een denkrichting die botweg ontkent dat er zoiets als waarheid bestaat[2]. De vraag is echter, of een dergelijke opvatting nog rationeel genoemd kan worden.

 

Het idee dat de mens een moleculair toevalsproduct is, een soort geavanceerde biologische machine, of geëvolueerd dier, wint steeds meer terrein. Maar klopt dat mensbeeld? Is het wel zo logisch om te veronderstellen dat we alleen maar een geavanceerde verzameling cellen zijn? Is het echt irrationeel te geloven dat er een almachtige God bestaat die ons heeft gemaakt met een doel, en van ons houdt? Het antwoord op al deze vragen is: een overtuigend neen!

Feit is, dat er geen enkele goede reden bestaat om aan te nemen dat het atheïsme[3] waar is. Atheïsten proberen al eeuwenlang bewijzen te vinden tegen het bestaan van God , maar zijn daar nooit in geslaagd. In tegendeel, er zijn er juist heel goede argumenten voor het bestaan dat God! Ik zal in dit artikel vier goede argumenten voor het bestaan van God behandelen, te weten: het kosmologische argument, het teleologische argument, het morele argument, en de historische betrouwbaarheid van de opstanding van Jezus Christus. En om deze argumenten te beoordelen, gaan we ons logisch denkvermogen gebruiken[4].

Eerste argument, het kosmologische argument:

God is de beste verklaring voor het ontstaan van het universum en het leven.

Dit argument gaat als volgt in stappen:

  1. Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak
  2. Het universum is begonnen te bestaan
  3. Dus heeft het universum een oorzaak
  4. De meest logische oorzaak van het universum is God.

 

Stap 1:

 

Dit heeft weinig uitleg nodig, en is simpelweg de wet van oorzaak en gevolg. Onze menselijke ervaring bevestigt dat alle gebeurtenissen een oorzaak hebben. Uit het niets komt immers alleen niets voort. Dit principe, ex nihilo nihil fit, is een vast principe binnen de metafysica.

 

Stap 2:

 

Het universum is niet eeuwig. Een oneindig verleden is onmogelijk. Het aantal gebeurtenissen in het verleden is dan oneindig, en we arriveren nooit in het “nu”. Daarnaast leiden oneindigheden tot contradicties. Wat is bijvoorbeeld oneindig minus oneindig? Wiskundig gezien voldoet hier elke waarde! Oneindigheden zijn  wiskundige abstracties, maar bestaan niet in de echte wereld[5]. Het universum heeft dus een begin in de tijd. Een eeuwig helaal schendt bovendien de tweede hoofdwet van de thermodynamica, die zegt dat elk gesloten systeem streeft naar compleet thermisch evenwicht. In een eeuwig heelal zouden alle sterren al lang uitgedoofd zijn, en de temperatuur volledig homogeen.

 

De kosmologie heeft bovendien een sterk bewijs geleverd dat het heelal ooit is begonnen. Fysici als Stephen Hawking en Roger Penrose hebben aangetoond dat alle ruimte, tijd en materie in het heelal een begin heeft, een zogenaamde singulariteit. Men noemt dit de big bang theorie (de oerknal). Het heelal heeft een absoluut begin. Het Borde-Guth-Vilenkin theorema[6] toont daarnaast aan dat elk universum dat expandeert (zoals het onze) niet eeuwig kan hebben bestaan, maar een begin heeft.

 

Conclusie 3:

 

Deze conclusie volgt logisch uit stappen 1 en 2. Het heelal heeft een oorzaak!

 

Conclusie 4:

 

De vraag is: wat is de meeste logische oorzaak voor het bestaan van het universum?

 

We kunnen inzien dat God de enige plausibele oorzaak van het universum is,  als we ons realiseren dat het universum niet zichzelf kan hebben gemaakt. Immers, het universum kan niet tegelijk bestaan en niet bestaan. Dit aannemen zou een schending zijn van de hoofdwet van de logica, de wet van de non-contradictie. Ten tweede kan het universum niet zomaar zonder oorzaak uit het niets zijn verschenen als bij toverslag. Het niets brengt alleen niets voort (een bekend principe in de metafysica)[7]. Zelfs de zogenaamde kwantumruimte, waarin voortdurend virtuele elementaire deeltjes verschijnen en verdwijnen, is niet “niets”, maar is een meetbaar energieveld in ruimte en tijd. Maar het heelal komt voort uit letterlijk niets,  dus geen ruimte, geen tijd, en geen energie of materie. Ook een multiversum of andere “heelal-generator” is geen geldige eerste oorzaak. Die heeft zelf ook weer een oorzaak nodig, zoals het Borde-Guth-Vilekin theorema aantoont.

 

Hoe het heelal er ook precies uitziet, een absoluut begin uit het niets is onvermijdelijk. Dit begin kan niet een natuurlijke (materiële) oorzaak zijn, omdat materie, ruimte en tijd immers nog niet bestaan in de singulariteit.

 

De enige overblijvende mogelijkheid voor een veroorzaker van het heelal, is iets dat bestaat buiten het heelal, dus buiten alle ruimte, tijd, materie en causaliteit (en dus zelf niet is veroorzaakt). Tevens is duidelijk dat deze oorzaak een persoonlijke wil moet hebben, en een superieure intelligentie om een werkend heelal te maken uit het volledige niets. De enige kandidaat die over blijft, is een superieure niet-materiële, geestelijke macht, God dus. We zien dus dat simpelweg op basis van het feit dat het heelal een begin heeft, we kunnen aantonen dat God bestaat.

 

De meest gehoorde tegenwerping is de vraag: wie heeft God dan veroorzaakt? Maar deze vraag is hetzelfde als vragen wie de echtgenote is van een vrijgezel. God is per definitie zonder oorzaak, omdat Hij nooit is begonnen te bestaan (zie stap 2). Hij is. God bestaat buiten alle tijd, ruimte en oorzakelijkheid. Hij heeft dus geen begin en geen oorzaak nodig. Dat wordt uigedrukt in Zijn Naam in de Bijbel: Yahweh (Hij is).

 

Tweede argument, het teleologische argument:

God is de beste verklaring voor de zeer precieze afstemming (Engels: fine tuning) van vele natuurconstanten en initiële waarden in het heelal die noodzakelijk is voor het bestaan van intelligent leven.

Dit argument gaat als volgt in stappen:

  1. De precieze afstemming in het heelal is het gevolg van vaststaande natuurkundige wetten, of het gevolg van blind toeval, ofwel het gevolg van een doelmatig ontwerp
  2. Deze afstemming is niet het gevolg van natuurkundige wetten of blind toeval
  3. Daarom is de afstemming het gevolg van een ontwerp
  4. De ontwerper van het heelal is God.

 

Stap 1:

 

Wetenschappers hebben in de afgelopen decennia vastgesteld dat een groot aantal natuurconstanten en initiële waarden in het heelal zodanig nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd,  dat het bestaan van intelligent leven mogelijk is. Deze afstemming is zo ontzagwekkend precies dat het elke verbeelding tart.  “Het was of het heelal wist dat wij er aankwamen…”, heeft de bekende natuurkundige Freeman Dyson (Camebridge, Cornell University) eens gezegd[8]. Letterlijk honderden constanten (zoals de gravitatieconstante, de lichtsnelheid, de zwakke en sterke kernkracht en de lading en massa van het elektron en het proton) en initiële waarden (zoals de hoeveelheid massa en uitdijingsnelheid van het heelal) zijn zo delicaat op elkaar afgestemd, dat de vorming van stabiele sterren, planeten, atomen en moleculaire bouwstenen voor leven mogelijk zijn. Deze afstemming is zo gruwelijk precies, dat bijvoorbeeld een verandering van 1 op 10 tot de macht 100 voor de lading van het elektron voldoende zou zij om het bestaan van stabiele materie onmogelijk te maken!

Daarnaast wordt bij elke nieuwe ontdekking in met name de biochemie duidelijker dat het leven ongehoord complex is. Een enkele levende cel is zelfs zo ingewikkeld, dat het vrijwel onmogelijk is dat zoiets per toeval zou kunnen ontstaan uit dode materie. Zo bevat een menselijke cel meer onderdelen dan de hele Space Shuttle. Sinds de ontdekking van het DNA weten we dat ons lichaam vol zit met vele Gigabites aan gecodeerde informatie. Voor zover we weten wordt gecodeerde informatie alleen voorgebracht door een intelligente afzender. Het voor de wetenschap is compleet onduidelijk hoe zoiets ingewikkelds als een levende cel zomaar kan voortkomen uit dode materie.

Hoe is dit alles dan toch precies zo ontstaan? Er zijn in feite  maar drie mogelijkheden: er bestaan natuurkundige wetten die deze afstemming als het ware voorschrijven, de afstemming berust op een vorm van toeval, of een er is sprake van een daadwerkelijk ontwerp. Andere mogelijkheden zijn er niet.

Stap 2:

De natuurcontanten kunnen onafhankelijk van de vergelijkingen die het heelal beschrijven gekozen worden. Vanuit de fundamentele natuurkunde is bekend dat het aantal mogelijke oplossingen van de vergelijkingen voor het universum een orde grootte heeft van 10 tot de macht 500. Dat is een 1 met 500 nullen, ontelbaar meer dan er atomen zijn in het heelal. Zoveel geldige mogelijkheden zijn er dus om deze constanten een andere set van waarden te geven. De conclusie is dan ook dat de grootte van de diverse constanten niet door een natuurwet vooraf worden vastgelegd.

Dan het toeval. De kans dat al deze parameters toevallig de juiste waarden hebben gekregen is vrijwel oneindig klein. Waarom is ons heelal dan toch juist zo en niet anders? Atheïsten kunnen dit niet verklaren, en dus nemen ze hun toevlucht tot een nieuwe, onverifieerbare hypothese. Ons heelal zou slechts één van de triljoenen “heelallen” in het zogenaamde multiversum betreffen. Dit multiversum is een hypothetische verzameling van aparte universa, die op de een of andere manier worden voortgebracht door een nog onbekend mechanisme. Ons heelal is toevallig voorgebracht met precies de juiste parameters na miljarden pogingen, en, viola, wij mensen bestaan. Ook het multiversum bezwijkt echter volledig onder het gewicht van de kansrekening. We weten nu, dat de kans dat een multiversum een heelal voortbrengt zoals de onze onvoorstelbaar klein is.[9] Zelfs als ons universum het resultaat is van een heelallen-generator, dan is het veel en veel waarschijnlijker dat het er anders uitziet dan het onze.

Kortom, de beste verklaring voor de fijnafstemming in het universum is een doelmatig ontwerp. Een ontwerp heeft altijd een ontwerper nodig, anders is het immers geen ontwerp. De enige ontwerper die dit kan is natuurlijk God. De fijnafstemming in het universum is daarom een bewijs voor het bestaan van God.

Een veel gehoorde tegenwerping tegen het teleologische argument is het antropische principe. Dit principe zegt dat het heelal zo is zoals het is, omdat wij er zijn om het waar te nemen. Maar dit is natuurlijk geen verklaring waarom we er zijn! Het is een petitio principii, en verklaart precies niets.

Derde argument: het morele argument

God is de beste verklaring voor het bestaan van objectieve morele regels en waarden.

Objectieve morele regels zijn regels of wetten die altijd waar zijn, onafhankelijk van tijd, plaats, menselijke opinie, cultuur of conventie. Een morele waarde is iets wat altijd als ofwel goed, ofwel slecht te karakteriseren is. Liegen is objectief slecht, maar de waarheid spreken is objectief goed. Objectieve morele plichten betreffen gedrag dat elk mens zou moeten laten of juist doen, zoals discriminatie van minderheden (laten) of helpen van de zwakkeren (doen).

Dit argument gaat als volgt in stappen:

  1. Als God niet bestaat, bestaan er geen objectieve morele regels en waarden
  2. Er bestaan objectieve morele regels en waarden
  3. Dus God bestaat

Stap 1:

Als God niet bestaat, dan zijn morele regels ofwel biologische functies, voortgekomen uit blinde evolutie, ofwel menselijke bedenksels, afspraken die berusten op sociale conventies. Maar biologische overlevingsfuncties zijn nooit objectieve regels Biologische functies zijn altijd tijd, plaats en context afhankelijk. Sociale conventies zijn bovendien ook nog afhankelijk van een meerderheidsopinie. Zonder God zijn morele regels dus per definitie niet objectief.

Het feit dat zonder God objectief moreel handelen niet kan bestaan wordt goed geïllustreerd door wat atheïsten zelf zeggen over ethisch handelen. Zo heeft de atheïstische wetenschapper Michael Ruse[10] gezegd dat moraliteit een biologisch functie is, net zoals onze handen en voeten. Goed en kwaad zijn slechts illusies volgens hem. Verkrachting bijvoorbeeld is in die visie een sociaal taboe omdat het slecht is voor de soort als geheel. Verkrachting is echter niet inherent verkeerd, er is niets moreels slechts aan, alleen maar zeer ongewenst en verkeerd in biologische en sociale zin.

Stap 2:

Als er geen werkelijk objectief verschil bestaat tussen goed en kwaad, dan is elk moreel oordeel betekenisloos, en is onze verontwaardiging over misdaden als verkrachting en kindermisbruik slechts een illusie.

Elk mens weet echter diep van binnen echter dat er bepaalde objectieve morele waarden bestaan. Zaken als verkrachting, kindermisbruik en andere vormen van wreedheid zijn niet slechts sociaal onacceptabel of biologisch onhandig, het zijn moreel abjecte gruweldaden. Aan de andere kant zijn zaken als liefde, tolerantie, gelijkheid en zelfopoffering ook algemeen aanvaarde, objectief goede waarden die elk mens zou willen nastreven. Ook de atheïst leeft zijn leven alsof er morele goede en slechte waarden bestaan. Hij houdt van zijn vrouw en kinderen, en is furieus bij het horen over een verschrikkelijke moord in het nieuws. Hij heeft echter in zijn atheïstische universum geen verklaring voor dit gedrag. Als God niet bestaat, is er geen enkele reden waarom objectieve goede en slechte waarden en regels bestaan. Maar zowel de atheïst als de theïst weet dat deze waarden deel uitmaken van ons universum.

Stap 3:

Uit steppen 1 en 2 volgt logisch dat God bestaat. Het morele argument is logisch waterdicht.

De meest gehoorde tegenwerping tegen het morele argument is dat gelovigen of religies verantwoordelijk zijn voor veel kwaad in de geschiedenis van de mensheid. Maar welke stap van het morele bewijs wordt daarmee ontkracht? Geen enkele! Het feit dat gelovigen zich soms slecht hebben gedragen, zegt helemaal niets over het bestaan van God, maar alles over de weerbarstigheid van de zonde in de mens. Daarom zegt de Bijbel ook: er is niemand goed, behalve God[11]. Dat Christenen soms vreselijke dingen hebben gedaan, bewijst alleen het gelijk van de Bijbel in de analyse van de menselijke natuur: “zij hebben allen gezondigd, en derven de glorie van God”[12].

Een tweede tegenwerping die je vaak hoort is dat de God van de Bijbel het kwaad toestaat, en daarom geen bron kan zijn van moreel handelen kan zijn. Voorbeelden waar naar wordt verwezen zijn onder andere bepaalde gruweldaden in de Bijbel, zoals in het boek Jozua of Richteren. Met andere woorden, de integriteit van God wordt in twijfel getrokken. Deze redenering is echter verkeerd om twee redenen.

Ten eerste moet door de atheïst worden aangetoond dat het bestaan van het kwaad principieel onverenigbaar is met het bestaan van God. Dit heeft niemand ooit kunnen doen. Het bestaan van het kwaad is echter heel goed te verklaren, bijvoorbeeld door de Bijbelse zondeval, of als de methode van God om mensen kennis te laten maken met Zijn genade. God laat het kwaad tijdelijk voortbestaan omdat dit past in Zijn plan om uiteindelijk de schepping te verlossen van het kwaad. De Bijbel zegt dat ons lijden in het niet zal vallen in vergelijking met een leven in Gods eeuwige Koninkrijk.

Maar daarnaast gaat het vaak om een verkapte aanval op de Bijbel. Meestal worden voorbeelden uit hun verband gerukt of bewust verkeerd voorgesteld. God geeft in de Bijbel niet altijd een volledige uitleg waarom Hij iets doet. Niemand weet precies welke gruwelijke zaken werden gedaan door de mensen in de tijd van Noah of in Kanaän. We weten slechts enkele van hun zonden, zoals kindoffers en complete seksuele immoraliteit. De Bijbel zegt dat de verborgen dingen behoren aan Hem, maar de dingen die geschreven staan zijn voor ons om te weten[13]. Om God te leren kennen is een houding van nederigheid en bekering noodzakelijk. Menselijke wijsheid voert echter vaak tot arrogantie. Ooit zullen alle dingen onthuld worden, maar tot die tijd is het goed om Gods Woord op een respectvolle manier te benaderen. De Bijbel zegt namelijk duidelijk dat God goed is, er is geen duisternis is Hem[14]. God is dus per definitie goed, en is niet de voortbrenger van het kwaad. Kwaad ontstaat daar waar God niet is, het kwaad is de afwezigheid van een goede God.

Als we nog een stap verder gaan, is het bestaan van het kwaad zelfs een argument vóór het bestaan van God. We zouden dit als volgt kunnen formuleren:

  1. Alleen als God bestaat, kunnen er objectieve morele waarden en plichten voor goed en slecht bestaan
  2. Er bestaan objectieve slechte waarden en plichten, zoals haat en zinloos geweld
  3. Uit 1 en 2 volgt dus automatisch dat God bestaat.

Een derde tegenargument ten slotte is dat je soms mensen hoort zeggen: ik heb God niet nodig om goed te handelen. Welnu, dat zegt het morele argument ook helemaal niet. Ook atheïsten zijn heel wel in staat om moreel goede daden verrichten (net als slechte!). Ze weigeren echter de bron van het verschil tussen goed en kwaad te erkennen. Hun moreel handelen heeft geen fundament in hun atheïstische wereldbeeld. Daarmee leven ze in een paradox: een atheïst die objectieve morele regels naleeft, kan niet verklaren waarom hij dit doet, omdat objectieve regels zonder God niet kunnen bestaan. Alleen een theïst kan een verklaring geven voor morele regels, door te verwijzen naar de inherente goedheid van God. In conclusie kunnen we dus stellen dat het morele Godsbewijs een zeer geldig en geloofwaardig argument is voor het bestaan van God.

Vierde argument: de opstanding van Jezus Christus

God is de beste verklaring voor de opstanding van Jezus Christus uit de dood.

De historische Jezus van Nazareth is volgens velen de belangrijkste figuur uit de geschiedenis van de mensheid. Hij inspireert vele honderden miljoenen mensen over de gehele wereld, en talloze mensen hebben hun leven radicaal zien veranderen door Zijn persoon. Zijn woorden, opgetekend in de Bijbel, zijn de meest gelezen en meest onderzochte teksten in de geschiedenis. Meer boeken zijn over de Bijbel geschreven dan over welk ander onderwerp.

Jezus van Nazareth kwam met een schokkende claim: dat Hij de enige Zoon van God was, de Messias, de lang voorzegde Redder van de mensheid. Hij sprak letterlijk in Naam van God. Om deze claim waar te maken sprak met ongelofelijke autoriteit over de rol van de mens in het Koninkrijk van God, deed Hij talloze wonderen, zoals het genezen van zieken, uitdrijven van demonen en het opwekken van doden. Bovendien voorspelde Hij dat Hij een verschrikkelijke kruisdood zou overwinnen door na drie dagen uit de dood op te staan. Deze laatste claim is de hoeksteen van het Christelijke geloof: de opstanding van Jezus Christus. Als Jezus inderdaad uit de dood is opgestaan, dan hebben we een wonder dat wijst op het bestaan van de God van de Bijbel.

Sommige mensen menen dat de opstanding van Jezus gebaseerd is op blind geloof. Maar dit betreft een misverstand. De waarheid van de opstanding is gebaseerd op de volgende algemeen geaccepteerde historische feiten:

  1. Na zijn kruisiging werd Jezus begraven in de lege tombe van Jozef van Arimathea.
  2. Op de zondag na de kruisiging werd het graf van Jezus leeg aangetroffen door een groep vrouwelijke discipelen.
  3. Bij verschillende gelegenheden en onder verschillende omstandigheden hadden zowel volgers van Jezus als ook tegenstanders en sceptici een ontmoeting met de levende, verrezen Christus.
  4. De oorspronkelijke discipelen kwamen vrij plotseling op overtuigende wijze tot het geloof dat Jezus uit de dood was opgestaan, terwijl ze alle redenen hadden om dit niet te doen.

Deze feiten kennen een algemene acceptatie door historici en Bijbelgeleerden. De beste verklaring voor deze feiten is een werkelijke opstanding van Jezus uit de dood. Ik zal elk van de feiten eerst nader toelichten om de conclusie te verduidelijken.

Feit 1: Na zijn kruisiging werd Jezus begraven in de lege tombe van Jozef van Arimathea.

De dood en begrafenis van Jezus wordt in meerdere, onafhankelijke bronnen bevestigd. We hebben de vier biografieën van Jezus – Markus, Mattheüs, Lukas en Johannes. Daarnaast hebben we de brieven van de apostel Paulus. Het oorspronkelijke materiaal van het oudste evangelie, Markus, gaat tot ca. 40 AD terug[15]. De apostel Paulus citeert een extreem oude bron voor de dood en begrafenis van Jezus die teruggaat tot maximaal 5 jaar na de kruisiging[16]. In Mattheüs, Lukas en in Johannes vinden we twee extra onafhankelijke getuigenissen van Jozef over de begrafenis. Daarnaast vinden we nog een bron in het niet-canonieke evangelie van Petrus. We hebben dus minimaal 5 onafhankelijk bronnen voor de begrafenis van Jezus.

Daarnaast is van belang te realiseren dat de rol van Josef van Arimathea als lid van het Joodse Sanhedrin een onwaarschijnlijke uitvinding van de apostelen zou zijn. Gezien de animositeit die heerste tussen de Joodse leiders (die verantwoordelijk werden geacht voor Jezus kruisdood) en de apostelen, zou het vreemd zijn als uitgerekend één van hen zou figureren in een verzonnen verhaal. Bijbelwetenschapper Raymond Brown ziet de begrafenis van Jezus in de graftombe van Jozef daarom als een zeer geloofwaardig feit[17].

Feit 2: Op de zondag na de kruisiging werd het lege graf aangetroffen door een groep vrouwelijke discipelen

De reden waarom dit feit door veel wetenschappers wordt geaccepteerd zijn de volgende:

  1. Het lege graf wordt bevestigt door meerdere, onafhankelijke bronnen

Het evangelie van Markus noemt het lege graf. Mattheüs en Johannes hebben onafhankelijke bronnen die getuigen van het lege graf, zoals de Romeinse wachters en het grafkleed dat is achtergebleven. Het lege graf wordt ook genoemd in Handelingen[18]. Ook de apostel Paulus bevestigt het lege graf in de eerste brief aan de Korintiërs[19]. We hebben dus vijf onafhankelijke bronnen voor het lege graf.

  1. Het lege graf werd ontdekt door vrouwen

In de Joodse cultuur was de positie van vrouwen ondergeschikt. De getuigenis van vrouwen werd niet zomaar toegelaten in een rechtbank. Als het lege graf een legende zou zijn, dan is het veel logischer dat de apostelen zelf de ontdekking doen. Immers, het is in zekere zin gênant dat de apostelen moeten toegeven dat vrouwen de grote ontdekking doen en niet zij. En dat ook nog nadat ze allemaal waren weggevlucht, maar de vrouwen als enige de moed hadden Jezus trouw te blijven bij het kruis (mogelijk op Johannes na) en bij het graf. Jacob Kremer, een autoriteit op het gebied van de opstanding, zegt dat de meeste Bijbelwetenschappers de uitleg van het lege graf als een historisch feit beschouwen.[20]

Feit 3: Bij verschillende gelegenheden en onder verschillende omstandigheden hadden diverse mensen een ontmoeting met de levende, verrezen Jezus.

Dit feit wordt algemeen erkend.

De apostel Paulus geeft een lijst van ooggetuigen van de verrezen Christus. Hij noemt de 500 broeders, de apostelen, de apostel Jakobus apart, omdat hij pas tot geloof kwam nadat Jezus aan hem was verschenen, en zijn eigen Damascus-ervaring[21]. De vier evangeliën bevatten onafhankelijke bevestigingen van deze ontmoetingen met de verrezen Jezus die Paulus beschrijft. Lukas beschrijft de verschijning aan Petrus, Lukas en Johannes beschrijven de verschijning aan de twaalf apostelen. Mattheüs, Markus en Johannes beschrijven de verschijning aan de vrouwen bij het graf.

De verschijningen van Jezus aan de apostelen na Zijn opstanding uit het graf zijn zo goed gedocumenteerd dat zelfs de meeste kritische onderzoekers tot de conclusie komen dat het om werkelijke waarnemingen ging. De Bijbelscepticus Lüdemann schrijft: “It may be taken as historically

certain that Peter and the disciples had experiences after Jesus’ death in which Jesus appeared to

them as the risen Christ.”[22]

 

Feit 4: De oorspronkelijke discipelen kwamen vrij plotseling op overtuigende wijze tot het geloof dat Jezus uit de dood was opgestaan, terwijl ze alle redenen hadden om dit niet te doen.

 

Na de dood van Jezus zaten de discipelen in een onmogelijke positie:

 

  1. Hun leider was dood, en al hun hoop op het Koninkrijk van God was verdwenen. In het Joodse geloof was er geen ruimte voor een Messias die op schaamtevolle wijze werd terechtgesteld als een crimineel.
  2. Het Joodse geloof gaat er vanuit dat er uitsluitend en alleen een opstanding zal komen van alle doden tegelijk aan het einde der tijden. Geen enkele Jood verwachtte dat een man daarvoor al tot eeuwig leven zou kunnen opstaan.

Ondanks deze omstandigheden kwamen de Joodse apostelen (waaronder diverse zeloten en farizeeërs) plotseling tot het radicale geloof dat Jezus was opgestaan uit de dood. Sterker nog, ze waren bereid voor dit geloof te sterven. Maar welke gebeurtenis bracht deze Joden ertoe om, geheel in weerwil van hun traditionele geloof, te geloven in de lichamelijke opstanding van Jezus, en Hem te verkondigen als Christus en gelijk aan God? Er moet een krachtige transformatie hebben plaatsgevonden die de verslagen, angstige discipelen veranderde in zelfverzekerde apostelen van Jezus Christus[23]. Het is daarom dat de Britse theoloog N.T. Wright vaststelt dat hij het ontstaan van de Christelijke kerk niet kan verklaren zonder de opstanding van Jezus Christus uit het graf.[24]

We hebben dus vier solide historische feiten: de begrafenis van Jezus in het graf van Jozef van Aramithea, het ontdekken van het lege graf door de vrouwen, de verschijningen van Jezus aan de apostelen, en het plotselinge radicale geloof in de opstanding. De beste verklaring voor deze feiten is dat de opstanding echt is gebeurd.

Nu is het leerzaam om naar een aantal bekende tegenargumenten te kijken. In de loop der tijd zijn er heel wat alternatieve verklaringen geopperd voor bovenstaande feiten. De vraag is echter: zijn het betere verklaringen dan de opstanding? Er is de samenzweringstheorie[25], die zegt dat de apostelen het lichaam uit het graf hebben gestolen en de verschijningen hebben verzonnen. Om deze theorie plausibel te maken moeten ze vervolgens gelogen hebben over alles in de Bijbel en hun verdere leven, en tot hun dood deze leugens hebben volgehouden, ondanks gruwelijke martelingen en ontberingen. De samenzweringstheorie wordt tegenwoordig door vrijwel alle deskundigen als volledig ongeloofwaardig afgedaan. Keer op keer blijkt dat het onmogelijk is om met een groep mensen een geheim jarenlang te bewaren en daar openlijk over te liegen. Denk bijvoorbeeld aan het Watergate schandaal of de Iran Contra affaire[26]. Daarnaast zijn er natuurlijk de bekende schijndoodtheorie, en de hallucinatietheorie. Ik laat het aan de lezer over om zich ervan te overtuigen dat niemand buiten enkele notoire complotdenkers deze alternatieven serieus neemt.[27]

Een andere poging om de opstanding van Jezus als verzinsel af te doen komt van Dr. Bart Ehrman, de bekendste Bijbelscepticus van deze tijd. Hij wijst een bovennatuurlijke verklaring van de genoemde feiten af, op grond van de aanname dat wonderen te onwaarschijnlijk zijn om als verklaring te dienen[28]. Dit is in feite een opgewarmde versie van het aloude argument van de 18e eeuwse filosoof David Hume over de onmogelijkheid van wonderen[29].

De fout die Hume (en Ehrman) echter maken is dat ze kijken naar de waarschijnlijkheid van de opstanding als geïsoleerde, ad hoc gebeurtenis (een kans die inderdaad zeer klein is). Maar dit berust op een denkfout.  De juiste benadering is door te kijken naar de waarschijnlijkheid van de opstanding in het licht van de feiten. Deze vorm van het bepalen van een waarschijnlijkheid is in overeenstemming met het theorema van Bayes, waarmee men kansen berekent op basis van voorwaardelijke waarschijnlijkheden. Dit theorema bestond in de tijd van Hume nog niet, maar is tegenwoordig onomstreden. Op basis van een dergelijke analyse verdwijnt het argument van Hume als sneeuw voor de zon, omdat de onder normale omstandigheden zeer onwaarschijnlijke bovennatuurlijke opstanding veel waarschijnlijker wordt dan de alternatieve verklaringen de context van de waargenomen feiten [30].

Een laatste argument dat soms wordt gebruikt tegen de opstanding, is dat de verhalen over de dood, begrafenis en opstanding van Jezus in de vier evangeliën op bepaalde details nogal verschillen. Vanwege deze zogenaamde tegenstrijdigheden zouden de evangeliën geen betrouwbare historische bronnen zijn. Veel Bijbelcontradicties blijken echter bij nadere bestudering geen echte tegenstellingen, maar verschillen die verklaard kunnen worden. Dit betreft bijvoorbeeld het aantal vrouwen bij het graf of het aantal engelen dat zij zagen.  In geen geval is er echter sprake van een echte inconsistentie. Het hele argument is vooral gestoeld op een verkeerd begrip van de hoe deze teksten tot stand kwamen. De Bijbelboeken zijn gebaseerd op ooggetuigenverslagen. Iedereen die ervaring heeft met ooggetuigenverslagen, weet dat dit soort kleinere verschillen altijd optreden als gevolg van de aard van ooggetuigenverslagen van echte gebeurtenissen. Kleine verschillen zijn daarbij een natuurlijk verschijnsel, omdat verschillende mensen andere accenten leggen. De grote lijn van de gebeurtenissen is in alle vier evangeliën echter identiek. In feite bevestigen de kleine verschillen tussen de evangeliën juist de authenticiteit ervan, omdat er dus geen sprake is geweest van een complot om de verhalen gelijk te trekken.

De Bijbel, en dat met name de boeken van het Nieuwe Testament, behoren volgens de meeste historici tot de meeste betrouwbare documenten uit de antieke oudheid. De reden hiervoor is dat van geen ander werk er zoveel oude kopieën in bewaard zijn gebleven (ca. 5000 oude teksten, waarvan sommigen uit het jaar 200 AD, en eentje uit 125 AD). Daarnaast is de tijd tussen de dood en opstanding van Christus en het op schrift stellen van de oudste Christelijke documenten ongebruikelijk kort: de oudste teksten worden tot op 10 naar na de opstanding gedateerd, en de oudste Bijbelboeken zijn binnen 25 jaar na de gebeurtenissen geschreven. De inhoud van de Bijbel is keer op keer betrouwbaar gebleken. Talloze historische details kloppen met de situatie in de eerste eeuw. Het zogeheten interne bewijs, een analyse van de aard van de boodschap van de Bijbel, sluit vervalsing en bewuste manipulatie vrijwel uit. Het is door de openheid, consistentie en directheid van de Christelijke boodschap simpelweg vrijwel ondenkbaar dat de Christelijke kerk is begonnen op basis van opzettelijke verzonnen overlevering.

Dit alles overziend, hoe zeker is de opstanding dan wel? N.T. Wright, in zijn omvangrijke boek over de opstanding van Jezus Christus, stelt dat het lege graf en de verschijningen van Jezus aan de apostelen een historische zekerheid hebben van vrijwel 100%, en op gelijke hoogste staan met feiten als de dood van keizer Augustus in 14 n.Chr. en de verwoesting van de Joodse tempel in 70 n.Chr. Dat is fenomenaal! De bekende Oxford filosoof Richard Swinburne deed een onderzoek op basis van moderne inzichten in de statistiek, en komt op een percentage van 97% zekerheid dat Jezus inderdaad is opgestaan uit de dood[31]. Een dergelijk getal is uiteraard niet doorslaggevend, maar het illustreert wel hoe veel vertrouwen Bijbelonderzoekers kunnen in de waarheid van dit boek, als ze simpelweg naar de beschikbare feiten kijken. Een Christen hoeft zijn denkvermogen dus niet thuis te laten om te kunnen geloven.

In conclusie kunnen we vaststellen dat we vier goede argumenten hebben voor het bestaan van God. Het begin van het universum, de fijnafstemming van essentiële parameters in de fysica, het bestaan van objectieve morele waarden en de opstanding van Christus uit de dood maken een geloof in een almachtige, oneindige, tijdloze, geestelijke, goede God rationeler dan het tegendeel. Het geloof in de waarheid van het atheïsme daarentegen is gebaseerd op precies nul goede argumenten. Sterker nog, een geloof in atheïsme lijdt tot een serie onoplosbare contradicties. Allereerst is daar de zin van het bestaan. In een universum gevormd door blinde evolutionaire processen is er geen hoger doel van het leven. De mens is een kosmisch stofje verdwaald in het oneindige heelal. De atheïst die kunstmatig een doel tracht toe te kennen (zoals levensvreugde of materialisme) moet erkennen dat dit in feite  vorm van zelfmisleiding is[32].

Atheïsme heeft geen verklaring waarom de mens bestaat en waarom elk mens een uniek persoonlijk en bewust wezen is, met unieke dromen en doelen, en voortgedreven door een innerlijke kracht om iets van het leven te maken. Het idee dat de mens zijn brein is, wordt slechts door weinigen echt geloofd. De verschillen tussen de menselijke karakters zijn simpelweg te groot en te betekenisvol om louter uit hersenactiviteit te worden verklaard.

Het atheïsme heeft geen verklaring voor het begin van het heelal. De singulariteit van de oerknal kan door geen enkele natuurwet worden beschreven, omdat tijd en ruimte nog niet bestonden. De oerknal blijft daarmee een onverklaarbaar mysterie. Alles wat de atheïst rest is aan te nemen dat alle tijd, ruimte en materie simpelweg zomaar,  zonder oorzaak uit het absolute niets is verschenen. Dit maakt van het begin van de big bang meer een soort magische gebeurtenis dan een wetenschappelijke aanname. Het atheïsme kan voorts niet verklaren waarom het heelal is zoals het is, en hoe het komt dat er intelligent leven heeft kunnen ontstaan. De kans op een levenloos, leeg of lang geleden ineengestort universum is vrijwel oneindig groter gegeven de ons bekende natuurwetten.

Op de schaal van de aarde is het voor de atheïst onmogelijk te verklaren hoe ooit de eerste levende cel is ontstaan. Sinds de ontdekking van het DNA weten we pas hoe ingewikkeld de cel is, en dat leven samenhangt met de zeer complexe gecodeerde informatie die is opgeslagen in de celkern. Informatie wordt voor zover we weten altijd door een intelligente bron voortgebracht. Hoe deze informatie dan toch spontaan heeft kunnen groeien is onbekend. De aanname dat een vorm van Darwinistische evolutie heeft geleid tot de mens is de enige verklaring die de atheïst heeft. Echter, hoe meer de wetenschap ontdekt over het leven, hoe meer spanning is komen te staan op die hypothese. De miljoenen tussenvormen die volgens Darwin nodig zijn om tot complete soorten te komen, ontbreken vrijwel geheel in de beschikbare fossiele vondsten. Dieren veranderen, en soorten ontstaan, maar de mate van verandering lijkt begrensd door het beschikbare genetische materiaal. De Bijbelse opvatting, dat God ooit de hoofdfamilies van het planten en dierenrijk heeft geschapen, is een gewaagde maar beter passende verklaring voor de plotselinge complexiteit van het leven en de abrupte overgangen in de fossiele geschiedenis. Voor het ontstaan van de mens bestaan veel naturalistische verklaringen, maar geen van alles rusten ze op hard bewijs. Hoe meer fossielen van mensachtigen worden gevonden, des te meer wordt duidelijk dat er geen vloeiende lijn loopt van aapachtige naar mens. De denkbeeldige gezamenlijke voorouder van aap en mens is en blijft onvindbaar.

De atheïst handelt net zo als elk mens vanuit een diep geworteld besef van goed en kwaad. De oorsprong daarvan kan hij echter niet verklaren. Als morele wetten en waarden slechts conventies of biologische functies zijn, dan worden ze in morele zin betekenisloos. Een moreel oordeel is dan zonder geldig fundament. Alleen als God bestaat, kunnen morele waarde echt objectief en universeel zijn.

Een atheïst zal, om de opstanding van Christus weg te redeneren, het bestaan van wonderen moeten ontkennen. Die aanname is echter op geen enkele manier hard te maken. De presuppositie dat wonderen niet kunnen bestaan, is arbitrair. Het begin van het Christelijke geloof, de verandering die Jezus Christus in miljoenen levens heeft gebracht, is voor de atheïst een groot raadsel. Er is geen rationele verklaring voor het geloof van de apostelen in de opstanding anders dan de opstanding zelf. De atheïst is echter vanuit zijn wereldbeeld gedwongen om een absurde verklaring, zoals de hallucinatiehypothese of de samenzweringstheorie, aan te nemen.

Alle bewijzen zijn in het voordeel van de theïst, en dat levert maar één mogelijke conclusie: het atheïsme levert een veel irrationeler wereldbeeld op dan een geloof in God.

Wat verlangt God, onze Schepper, van de mens?

Het is natuurlijk mooi om de critici van het geloof een weerwoord te geven, door aan te tonen dat een geloof in de God van de Bijbel geworteld is in feiten. Maar iemand zou vervolgens kunnen zeggen: ja, en? Wat is de relevantie daarvan voor mij? Het is prima te weten dat God waarschijnlijk bestaat, maar wat moet ik met die kennis?

Om een antwoord te geven zal ik het voorbeeld gebruiken van de apostel Paulus. Zijn wonderlijke leven biedt een rijkdom aan aanwijzingen over het plan van God met elk mens. Voordat hij de apostel Paulus werd, was hij echter als de farizeeër Saul van Tarsus een vervolger van Christenen en een hater van het evangelie. De bekering van een voormalige moordenaar toont aan dat God de wens heeft elk mens tot Hem te brengen:

(…) Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen [2 Petrus 3:9]

De apostel Paulus schreef na zijn bekering vele brieven aan de kerken die hij stichtte. Daarin maakt hij duidelijk dat hij God wil kennen en Hem wil dienen:

Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.[1 Korintiërs 2:2]

Het doel van ons leven is om God te leren kennen en na dit leven in de hemel te komen. Het doel is niet dit leven op aarde. Helaas leven veel mensen wel hun leven alsof er geen God is. Het einddoel van de aardse reis is het Koninkrijk van God. De Bijbel maakt duidelijk dat het Woord van God ons de route geeft naar Zijn Koninkrijk. Ik zal de vijf belangrijkste geboden van God behandelen. Wie deze geboden volgt, is op de juiste weg naar het Koninkrijk.

Allereerst vraagt God ons om alleen Hem te erkennen als de enige ware God. Toen de latere apostel Paulus onderweg was naar Damascus om daar Christenen te vervolgen, had hij een dramatische ontmoeting met Jezus Christus. Hij deed de schokkende ontdekking dat Jezus de God van Israel is, de God die hij dacht te dienen, maar in feite juist griefde. Deze ervaring was zo overweldigend dat Paulus drie dagen niet kon zien, en niet kon eten of praten. Al die jaren had hij gevochten voor de verkeerde zaak, en dit besef bracht hem in diepe rouw. Het is te danken aan de genade van de Heer dat hij zijn gezondheid terugkreeg. We horen uiteindelijk van Paulus zelf welke waarheid hij ontdekte:

En hij zei: Wie bent U, Heere? En de Heere zei: Ik ben Jezus, Die u vervolgt. Het is hard voor u, met de hielen tegen de prikkels te slaan [Handelingen 9:5]

(…) en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen! [Romeinen 9:5]

(…) om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. [Handelingen 20:28]

Bovenstaande verzen tonen aan dat Jezus de enige ware God is geopenbaard in vlees en bloed. Paulus noemt het bloed van Christus het bloed van God Zelf. Veel mensen hebben een bloedtransfusie nodig van anderen om in leven te blijven. Elk mens die eeuwig wil leven, heeft een bloedtransfusie van Jezus Christus nodig. Dezelfde Paulus bevestigt in zijn brieven de identiteit van Jezus als Yahweh geopenbaard in vlees en bloed:

En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. [1 Tim 3:16]

Het is van belang om te geloven dat Jezus niemand minder is God de Vader Zelf. De Bijbel zegt immers dat alleen God de macht heeft om zonden te vergeven. Jezus is geen lid van een driemanschap, en Hij is geen kleinere god naast de Vader. De Joodse apostelen spraken nooit van een drie-eenheid of twee-eenheid. Al deze theologische constructies zijn veel later ontwikkeld toen de kerk meer en meer werd beïnvloed door Griekse filosofie. Omdat er maar één God is, en er maar één God is geopenbaard in vlees, is Jezus de God van het oude testament. Jezus, de Zoon van God, is daarom God de Vader gekomen in een lichaam van vlees en bloed, de Heer Jezus Christus:

U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn dienaar die Ik verkozen heb,  opdat u het weet en Mij gelooft, en begrijpt dat Ik Dezelfde ben: vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. Ik, Ik ben de HEERE, buiten Mij is er geen Heiland. [Jesaja 43:10-11]

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven,  en de heerschappij rust op Zijn schouder.

En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman,  Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. [Jesaja 9:5]

En de schriftgeleerde zei tegen Hem: Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat God één is, en er is geen ander dan Hij [Markus 12:32]

toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem [1 Korintiërs 8:6]

Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.

Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen [Kolossenzen 1:15-16]

Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk [Kolossenzen 2:9]

 

Ten tweede, als men eenmaal beseft dat Jezus de enige ware God is, dan vergt deze kennis een respons. Bijbels geloof is altijd een actief geloof, een geloof van daden[33]. Op de dag van Pinksteren sprak Petrus met kracht over de dood, begrafenis en opstanding van Jezus Christus. De aanwezige Joden, die geraakt werden door zijn woorden, onderbraken hem met de volgende vraag:

 

En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? [Handelingen 2:37]

Petrus antwoordt in Handelingen 2:38. Eerst zegt hij tegen de mensen: “bekeer je”. Bekering is de eerste pilaar van de brug die ons naar Jezus brengt. God waarschuwde koning Salomo dat “en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen” [2 Kronieken 7:14].  Als er zonde is in ons leven dan ontstaan grote problemen. Zonde brengt ellende en verdriet in het leven van een mens als hij zich niet bekeerd. De Bijbel zegt dat engelen zich meer verheugen over 1 zondaar die zich bekeert dat over 99 rechtvaardigen. Dit is omdat ze de rampzalige gevolgen hebben gezien van de rebellie van Lucifer die door zonde miljoenen mensen naar hun verderf in de hel leidt.

De volgende pilaar is de waterdoop in de Naam van Jezus Christus. Petrus was de apostel die van de Heer de sleutels had ontvangen tot het Koninkrijk (Mattheüs 16:18). Hij gebood zijn gehoor om zich te laten dopen in de Naam van Jezus Christus (Handelingen 2:38). God geeft nooit nutteloze instructies. Jezus zegt dat Zijn last licht is (Mattheüs 11:30). De waterdoop in de Naam van Jezus is essentieel in het plan van verlossing. In de doop worden we begraven in de dood met Christus (Romeinen 6:4). De doop zorgt ervoor dat het oude, zondige lichaam dat we hebben gekregen van Adam wordt afgelegd en omgeruild voor het nieuwe, hemelse lichaam van Christus. Een echte omwisseling vindt er plaats, en het lichaam van Christus is het enige lichaam dat de hemel in kan gaan:

 

Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. [Galaten 3:27]

De volgende stap is op zoek te gaan naar de invulling met de Heilige Geest (Handelingen 2:38). Nadat Hij de eerste mens Adam had geschapen, blies God hem een nieuwe, reine geest in (Gen 2:7). Maar net zoals zand dat in een glas helder water wordt gegooid het water vervuilt, zo verduistert zonde de pure geest van een mens. Wanneer we echter na onze bekering de Naam van Jezus aanroepen, dan reinigt Zijn Heilige Geest ons van alle zonde (Romeinen 8:2). Onze gevallen natuur mag dan voortdurend zondigen, als we ons oprecht bekeren reinigt de Heilige Geest het troebel water van onze ziel wederom. De Heilige Geest is niet een derde persoon of god, maar Hij is de Geest van Jezus Christus. Hij kan in ons wonen en dan is ons eigen lichaam een tempel van God geworden.

Nu, omdat u kinderen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! [Galaten 4:6]

Want ik weet dat dit mij tot zaligheid strekken zal, door uw gebed en de ondersteuning van de Geest van Jezus Christus [Filippenzen 1:19]

Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden [Mattheüs 18:20]

 

Een van de moeilijkste geboden van de Heer is die om een geheiligd leven te leven voor Hem. De Bijbel zegt: Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig (1 Petrus 1:15). De Heilige Geest leidt ons naar heiliging, want heiliging is in overeenstemming met het karakter van Jezus. God beval Mozes bijvoorbeeld om zijn schoenen te verwijderen, om hem te herinneren aan de aanwezigheid van Zijn Heilige Geest (Exodus 3:5). Heiliging verwijdert ons van de wereld. We willen niet gelijkvormig zijn aan de wereld en haar zonden.

 

Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem [1 Johannes 2:15]

Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen [2 Korintiërs 6:17]

 

In samenvatting, er zijn onwrikbare waarheden die we vanuit Gods Woord kunnen leren kennen. De eerste vraag van Paulus was: Wie bent U Heer? En daarna vroeg hij: Wat moet ik doen Heer?  (Handelingen 9:1-6). De geboden van de Heer zeggen ons dat we Hem alleen moeten erkennen als de enige ware God, en vervolgens ons corrupte vlees afwassen in het water van de doop in Jezus Naam (Handelingen 2:38, Handelingen 8:16; Handelingen 10:48; Handelingen 19:5; Galaten 3:27). Dit wordt gevolgd door de doop in de Geest van God met als teken het spreken in een hemelse taal. Tot slot dienen we met hulp van de Geest een heilig leven te leiden waarin de oude mens plaatsmaakt voor nieuw leven in Christus.

 

Tot slot: het beste argument voor het bestaan van God.

Het beste komt als laatste. Zoals ik heb laten zien is het Christelijke geloof geen blind geloof. Het is een geloof dat is gebaseerd op feiten. Ik heb vier goede argumenten behandeld op basis waarvan een geloof in God veel rationeler is dan een geloof in atheïsme. Het beste argument voor een geloof in God is echter het geloof zelf. De Bijbel zegt dat geloof het bewijs is van de dingen die we niet kunnen zien. Door geloof te stellen in de belofte van Jezus Christus dat Hij onze Verlosser en Heer is, wordt deze belofte waarheid in ons hart. Wat we niet kunnen zien, gaan we zeker weten in ons hart. Als we ons vertrouwen in Christus plaatsen, dan is Hij niet langer een historische figuur of wijze profeet, maar wordt Hij degene die ons leven totaal kan transformeren.

 

Als Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan, en eeuwig leeft, dan kan Hij door ons echt gekend worden. De Bijbel noemt dat de nieuwe geboorte. Op het moment dat we bereid zijn om in Christus te geloven, gaan we van duisternis naar licht. Onze ogen gaan open voor de waarheid. God wordt dan voor ons een levende realiteit, en niet slechts een religie of een systeem van regels. Toen ik mijn hart heb geopend voor Jezus Christus, begon Hij zaken in mijn leven te veranderen. Door de doop in Christus zijn mijn zonden vergeven, en heb ik geen schuld meer. De Geest van God heeft mij in staat gesteld te breken met oude gewoontes, en op een nieuwe manier te gaan leven. Vrede en vreugde kwamen in plaats van angst en zorg, en mijn bestaan kreeg plotseling nieuwe betekenis, door het vooruitzicht van een eeuwig leven met God. De vrede die God brengt is een diepe vrede, die niet kan worden verkregen met materiële welvaart of door aardse successen. Als je op zoek bent naar dezelfde vrede en liefde, dan is het goed niet alleen naar de historische Jezus te kijken, maar ook Zijn Woord in de Bijbel te gaan lezen. Onderzoek Jezus, en trek zelf de conclusie. Het Woord van God is krachtig en levend, en kan een mens werkelijk veranderen, net zoals Hij mijn leven werkelijk veranderd heeft.

 

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij [Openbaringen 3:20]

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. [Mattheüs 11:28]



[1] Met God wordt bedoeld een geestelijke, almachtige, tijdloze en alom aanwezige, intelligente en persoonlijke Realiteit, die verantwoordelijk is voor de schepping van het universum. Voor de auteur is Hij YHWH, de God van de Bijbel.

[2] Je zou dan kunnen vragen: is het waar dat er geen waarheid is? Als “ja”, dan is er dus minimaal 1 ding dat waar is, en is de stelling dus onwaar. Als “nee”, dan is er dus wel waarheid, en is de stelling ook onwaar. Kortom, de universele logica stelt dat waarheid moet bestaan!

[3] Atheïsme is de overtuiging dat God niet bestaat. De buslogo campagne van de atheïsten rond Oxford bioloog Richard Dawkins in Londen heeft het zo verwoord: er is waarschijnlijk geen God.

[4] Als basis voor dit artikel is het boek Reasonable faith van filosoof Dr. William Lane Craig gebruikt, evenals een artikel van zijn hand uit 2010 (Copyright © 2010 by Christ on Campus Initiative (CCI))

[5] De wiskundige David Hilbert toonde met behulp van zijn paradox over een hotel met oneindig veel kamers die allemaal vol zijn, aan dat nog steeds tot wel oneindig veel gasten extra kunnen inchecken. Dit wijst op de praktische onmogelijkheid van  oneindigheden in de realiteit.

[6] A. Borde, A. Guth and A. Vilenkin (2003), Inflationary space-times are incomplete in past directions, Phys. Rev. Lett. 90 (15): 151301.

[7] Als het hele universum werkelijk zonder oorzaak uit het niets is “gesprongen” dan is het vreemd dat we niet dagelijks allerlei objecten zomaar uit het niets zien verschijnen of erin verdwijnen. De realiteit zou betekenisloos worden, een soort Alice in Wonderland met oneindige konijnenholen!

[8] John D. Barrow and Frank J. Tipler, The Anthropic Cosmological Principle, 1986, p. 318

[9] Roger Penrose, The Road to Reality, New York: Knopf, 2005, 762–65

[10] Ruse, Michael, in het essay “Is rape wrong on Andromeda”

[11] Mattheus 19:7, Markus 10:18, Lukas 18:19

[12] Romeinen 3:23

[13] Deut 29:29

[14] 1 Johannes 1:5

[15] Rudolf Pesch, Das Markusevangelium. Teil 2: Kommentar zu Kap. 8,27 – 16,20, Freiburg 1991

[16] 1 Kor 15:3-4

[17] Raymond E. Brown, The Death of the Messiah, 2 vols. (Garden City, N.Y.: Doubleday, 1994),

2: 1240-1.

[18] Handelingen 2:29, 13:36

[19] 1 Kor 15:4

[20] Jacob Kremer, Die Osterevangelien,  1977, pp. 49-50

[21] 1 Kor 15:5-8

[22] Gerd Lüdemann, What Really Happened to Jesus?, 1995, p. 8

[23] Luke Timothy Johnson, The Real Jesus, San Francisco: Harper San Francisco, 1996, p. 136.

[24] N. T. Wright, The New Unimproved Jesus, Christianity Today (September 13, 1993), p. 26.

[25] De Bijbel noemt deze theorie al in Mattheüs 28:13 als een uitvinding van de Joodse priesters

[26] Tijdens het Watergate schandaal konden 8 invloedrijke mannen een geheim nog geen 48 uur bewaren, ondanks alle redenen dit wel te doen.

[27] De Koran kent een variant van de hallucinatietheorie, waarin Allah de mensen laat denken dat Jezus is gekruisigd, terwijl in feite iemand anders in Zijn plaats sterft. Hier zien we duidelijke de gnostische invloeden op de islam. Zelfs verschillende niet-christelijke historici uit de eerste en tweede eeuw melden de kruisdood van Jezus als een algemeen bekend feit!

[28] Dr. B. Ehrman, Historical Jesus, Part II, p. 50.

[29] David Hume in zijn essay “Of Miracles” uit de 18e eeuw.

[30] Richard Swinburne, The Coherence of Theism, Oxford: Clarendon Press, 1977

[31] Richard Swinburne, The Existence of God, Oxford University Press, 1979

[32] Jean Paul Sartre in het theaterstuk No Exit, 1944

[33] Dit is overigens niet hetzelfde als het doen van werken. De apostel Paulus maakt duidelijk dat het doen van goede werken of het houden van de wet geen mens kan redden. Actief geloof is echter geen dood werk, maar het handelen vanuit geloof, in liefde en gehoorzaamheid aan God. Een voorbeeld is de uittocht van Mozes uit Egypte.

Leave a Reply

Close Menu